Het Groningse aardgasveld bleek immens groot. De overheid en de aandeelhouders van de NAM (Shell en Esso) zagen er brood in om het te exploiteren. Maar dan moesten er wel afnemers zijn.
In een ongekend tempo is vanaf 1963 een gigantisch ondergronds buizennetwerk aangelegd. Woningen, industrieën en glastuinbouw door heel Nederland kregen daarmee het Groningse gas onder handbereik. Kolen, vochtig stadsgas en petroleumstelletjes maakten plaats voor moderne geisers, gevelkachels, centrale verwarming en gasfornuizen. Nederland werd modern.